In memoriam Eberhard van der Laan

6 oktober 2017

Door Lodewijk Asscher op 6 oktober 2017

Op allerlei momenten in mijn leven stond hij voor me klaar met advies en met hulp. Eerlijk. Direct. Lief.

Makker

Toen ik in Amsterdam ging studeren wees een vriend me in de Schouwburg:
“Dat is Eberhard van der Laan, de fractievoorzitter van de PvdA.”

Later leerde ik hem kennen en daar ben ik heel dankbaar voor. Op allerlei momenten in mijn leven stond hij voor me klaar met advies en met hulp. Eerlijk. Direct. Lief.

De jaren in het Amsterdamse college dat we direct samenwerkten waren prachtig. Mooi om te zien wat een powerhouse met een zacht, goed hart vermag. Dierbaar is de herinnering aan de gesprekken die we destijds voerden in de vensterbank van mijn kamer. Over de psychologie van onderhandelen. De arrogantie van de PvdA. Over plichtbesef.

We hebben zitten gieren van het lachen in het rookhokje tussen de burgemeesterskamer en het secretariaat. Over de ego’s om ons heen en vooral over onszelf.

Het bleef ook daarna alsof we samen in een team speelden. Aan de keukentafel in de ambtswoning. Rust, vriendschap, strijdlust. Ik voelde me verguld dat hij mijn advies inwon voor de fase na het burgemeesterschap. Omdat het logisch was en toch bijzonder.

Waarom ben ik zo verdrietig? Omdat wij vorig jaar een vriend verloren aan dezelfde ziekte en ik daardoor iets snap van de zorgen voor en van zijn gezin. Maar ook – heel egoïstisch – omdat Eberhard voor mij iemand is – was – die er altijd hoort te zijn.

In die zin voor mij meer een vader dan de oom die hij zichzelf wel eens gekscherend noemde. Een rustig gevoel dat er iemand is die me “kereltje” noemt en bij wie ik nooit vergeefs om hulp gevraagd heb.

Vorige week zondag was ik er voor het laatst.
“Nou lieve jongen, er ligt een hoop op je schouders, maar het ligt er goed.”

Eberhard lag op een ziekenhuisbed bij het raam. Zuurstof via een slang. Twee gebroken armen door de uitzaaiingen in de botten. De volwassen kinderen en de kleine kinderen zijn er. Eberhard leest de kaart die mijn oudste zoon heeft gemaakt.

“Lieve burgermeester, wij denken aan u”, groep 7a.
En leest vervolgens alle namen die eronder staan.

“Amsterdams klasje”, stelt hij tevreden vast. “Kijk, dit is beauty (spreek uit: bjoetie), dat een kind zoiets doet. Wil je hem hartelijk bedanken en de groeten doen?”

We praten, over mijn vader.

“Eigenlijk wel makkelijk. Ik bedoel, ik vind het vreselijk voor je, maar het vertaalt wel handig dat je vader ook ziek is. Eigenlijk zou ik het wel leuk vinden om met hem af te spreken. Kun je dat regelen?”

“Eberhard, jij kan niet naar hem toe en Lodewijks vader kan niet naar jou toe, en FaceTime lijkt me ook niet geschikt.”

“Wat is FaceTime, Fem?”

“Kijk dat Antoni van Leeuwenhoek, ze ontvangen je met open armen. Heel lieve dokters en zo. Maar je gaat er wel weg met je doodvonnis. Dat had ik misschien eerder moeten bedenken.”

“’s Ochtends ben ik heel slecht. Daarna wordt het steeds iets beter. Kijk ik vermijd de grote vragen van het leven. Geen enkele behoefte aan. Ik maak alles klein. In momenten. Dan zijn er goeie momenten, en slechte.” “En zij” – maakt armzwaaitje – “zijn geweldig voor me. Ik bedoel, ik ben complimenteus maar nog half niet zo complimenteus als ik echt ben.”

“Ik ben hier nu 9 dagen. Klinkt gek, want ik woon hier al 7 jaar maar ik ben hier nu 9 dagen. Voor dit raam. Koud heb ik het niet meer, dat is dan een voordeel.”

Eberhard vraagt tomatensap. Drinkt met rietje. “Je weet het hè jongen, van alles teveel.” Zijn zoon doet er een sloot tabasco in.

“Het is zes uur Eberhard, ik moet je je injectie geven, wil je dat Lodewijk weggaat of niet?”
“Lodewijk moet op tijd met zijn kinderen naar Ajax kunnen kijken maar hij is hier zeer welkom.”

“Eberhard, is er misschien iets dat ik voor jou kan doen, of voor Femke, of iets voor later?”

“Ehm, de PvdA redden?” Ondeugende blik. “Maar dat lukt je misschien niet binnen een maand.”

“Kijk, het stomste wat je kan doen, is haast hebben. Je moet oppositie voeren, de sociaaldemocratie waardig. Sjiek. En je moet er van genieten. Ik zal blij zijn je te zien genieten.”
“Er is niets mis met de sociaaldemocratie. Wel veel mis met de PvdA. Maar ik ben zo chauvinistisch toch te willen dat de PvdA die rol weer speelt.”

“Zijn hier kinderen in de buurt?”

“Ja Eberhard, maar ze zitten TV te kijken.”

“Kijk, ik ga dus de pijp uit.”

“Dat weten de kinderen, Eberhard.”

“Ja, nou goed, maar ik ga dus de pijp uit. Het gaat heel snel denk ik. Weken of dagen. Ik mag er nu mee stoppen zeggen de dokters. Maar ik had het je graag zien doen. Er zijn mensen die denken dat jij dit kunt. Dat je er relaxed genoeg voor bent. Ik sta dus vooraan die groep.”

“Laat ik het persoonlijker maken. Wil je zorgen dat mijn kinderen als ze 18 zijn gewoon PvdA stemmen? Dag jochie.”